0:00
7:01

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #29

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Wat kookt u graag en hoe vaak kookt u per week?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik kook graag pasta en ik kook vijf keer per week.
  • Ik maak vaak soep en salade, drie keer per week.
  • Ik kook doordeweeks snel en uitgebreid in het weekend.

2. Wanneer studeert of leert u het liefst en waar?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik studeer het liefst in de ochtend aan de keukentafel.
  • 's Avonds leer ik graag in de bibliotheek.
  • In het weekend leer ik in een caf met koffie.

3. Welke Nederlandse feestdag vindt u leuk en waarom?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik vind Koningsdag leuk vanwege de sfeer.
  • Sinterklaas is leuk voor de kinderen.
  • Bevrijdingsdag vind ik belangrijk.

4. Woont u liever in het centrum of aan de rand van de stad?

Voorbeeldantwoorden:

  • In het centrum, dicht bij alles.
  • Aan de rand, want het is rustiger.
  • Het hangt af van mijn werk.

5. Hoeveel tijd besteedt u aan sport of beweging per week?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ongeveer drie uur per week.
  • Elke dag een half uur wandelen.
  • Ik sport vooral in het weekend.

6. Wat doet u online het meest?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik lees nieuws en kijk video's.
  • Ik chat met vrienden en familie.
  • Ik koop soms dingen in webwinkels.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Sleutel kwijt bij de deur

Een persoon staat bij zijn voordeur en zoekt in een tas naar een sleutel; hij kijkt bezorgd.

Vraag: Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • Hij is zijn sleutel kwijt. Hij kan familie bellen of een slotenmaker.

  • De sleutel is weg. Het beste is rustig zoeken en hulp vragen.

  • Misschien is de sleutel binnen. Hij kan bij buren aanbellen voor hulp.

8. Lezen: krant op papier of nieuws op de telefoon

Afbeelding 1: Iemand leest een papieren krant. Afbeelding 2: Iemand leest nieuws op een smartphone.

Vraag: Hoe volgt u het nieuws het liefst? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik lees een papieren krant, dat is overzichtelijk.
  • Ik gebruik de telefoon, dat is snel en altijd bij de hand.
  • Ik doe beide, afhankelijk van de tijd.

9. Kapper (haarstylist)

Afbeelding 1: De kapper wast iemands haar. Afbeelding 2: De kapper knipt het haar. Afbeelding 3: De kapper ruimt de werkplek op.

Vraag: Wat doet een kapper allemaal tijdens het werk? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Wassen, knippen en opruimen.
  • De kapper bereidt voor, knipt en maakt schoon.
  • Haar wassen, knipwerk en daarna netjes achterlaten.

10. Winkelen: kleding passen of online bestellen

Afbeelding 1: Iemand past kleding in een pashokje. Afbeelding 2: Iemand bestelt kleding online op een laptop.

Vraag: Hoe koopt u het liefst kleding? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik pas kleding graag in de winkel om de maat te checken.
  • Ik bestel online, want het is makkelijk om te vergelijken.
  • Ik kijk in de winkel en koop soms online voor de prijs.

11. Kinderen in de sneeuw

Afbeelding 1: Kinderen gooien met sneeuwballen. Afbeelding 2: Kinderen sleeën van een heuvel. Afbeelding 3: Kinderen warmen op met thee binnen.

Vraag: Wat doen kinderen allemaal in de sneeuw? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Sneeuwballen gooien, sleeën en opwarmen met thee.
  • Buitenspelen in de sneeuw en daarna warm worden binnen.
  • Spelen, glijden en iets warms drinken.

12. Vakantie: bergen of meer

Afbeelding 1: Een berglandschap met wandelpaden. Afbeelding 2: Een meer met een strand en bootjes.

Vraag: Waar gaat u liever naartoe op vakantie, bergen of een meer? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik kies de bergen voor wandelen en uitzicht.
  • Ik kies het meer om te zwemmen en te varen.
  • Het hangt af van het seizoen en met wie ik ga.

Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!