Nederlands Spreekvaardigheid A2 #28
12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen
Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)
1. Hoe begint u uw ochtend op een doordeweekse dag?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik sta om 7 uur op, douche en ontbijt met brood.
- Ik breng eerst mijn kinderen naar school en ga dan naar mijn werk.
- Ik sport kort, drink koffie en vertrek.
2. Wat vindt u leuk aan uw woonplaats en wat mist u?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik vind de parken mooi, maar ik mis mijn familie.
- Er zijn veel winkels, maar ik mis de rust van het platteland.
- Het openbaar vervoer is goed, ik mis niets.
3. Welke taal wilt u nog leren en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik wil Duits leren voor mijn werk.
- Ik wil Frans leren, omdat ik graag naar Frankrijk ga.
- Ik wil beter Engels leren om te reizen.
4. Wat eet u graag in het weekend?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik maak pannenkoeken met mijn kinderen.
- Ik kook graag een stoofpot.
- Ik bestel soms pizza met vrienden.
5. Hoe vaak belt u met familie of vrienden?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik bel mijn familie elke week.
- Ik stuur vaker berichten dan dat ik bel.
- Ik video-bel eens per maand.
6. Wat doet u om fit te blijven?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik fiets dagelijks naar mijn werk.
- Ik doe yoga twee keer per week.
- Ik wandel veel met mijn hond.
Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)
7. Kapotte waterkoker
Een waterkoker lekt water op het aanrecht; een persoon kijkt bezorgd.
Vraag: Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?
Voorbeeldantwoorden:
- De waterkoker lekt. De persoon moet het apparaat uitzetten en vervangen.
- Het apparaat is kapot. Hij of zij kan het laten nakijken of een nieuwe kopen.
- Het is onveilig. De stekker eruit halen en het aanrecht drogen.
8. Boeken: bibliotheek of digitaal
Afbeelding 1: Iemand leent boeken in de bibliotheek. Afbeelding 2: Iemand leest een e-book op een tablet.
Vraag: Hoe leest u het liefst, met papieren boeken of digitaal? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik lees liever papieren boeken, dat is rustiger.
- Ik lees digitaal, want het is licht en handig.
- Ik gebruik beide, afhankelijk van de situatie.
9. Pakketbezorger in de wijk
Afbeelding 1: De bezorger sorteert pakketten. Afbeelding 2: De bezorger bezorgt aan huis. Afbeelding 3: De bezorger maakt een foto als bewijs.
Vraag: Wat doet een pakketbezorger allemaal tijdens het werk? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Hij sorteert, bezorgt en registreert met een foto.
- Pakketten indelen, afleveren en ontvangst vastleggen.
- Eerst sorteren, dan bezorgen en tot slot bewijs maken.
10. Bankzaken: online of aan de balie
Afbeelding 1: Iemand gebruikt internetbankieren op een laptop. Afbeelding 2: Iemand spreekt met een medewerker aan de balie.
Vraag: Hoe regelt u het liefst uw bankzaken, online of in de bank? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik regel het liefst alles online, dat is snel.
- Ik ga liever naar de bank voor advies.
- Ik doe simpele dingen online en moeilijke aan de balie.
11. Winterpret voor kinderen
Afbeelding 1: Kinderen maken een sneeuwpop. Afbeelding 2: Kinderen schaatsen op een ijsbaan. Afbeelding 3: Kinderen drinken warme chocolademelk binnen.
Vraag: Wat doen kinderen graag in de winter? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Ze maken een sneeuwpop, schaatsen en drinken warme chocolademelk.
- Buitenspelen in de sneeuw, schaatsen en daarna opwarmen binnen.
- Sneeuwpoppen maken, schaatsen en iets warms drinken.
12. Vakantie: bungalowpark of stedentrip
Afbeelding 1: Een bungalow in een bosrijk park. Afbeelding 2: Een historische stad met een plein en terrasjes.
Vraag: Waar gaat u liever naartoe, een bungalowpark of een stad? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik kies het bungalowpark voor rust en natuur.
- Ik kies de stad voor musea en restaurants.
- Ik wissel af, afhankelijk van het seizoen.
Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!