Nederlands Spreekvaardigheid A2 #30
12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen
Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)
1. Hoe ziet uw ochtendroutine eruit op werkdagen?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik sta vroeg op, ontbijt en ga naar mijn werk.
- Ik maak de kinderen klaar en breng ze naar school.
- Ik neem een douche, drink koffie en vertrek.
2. Heeft u huisdieren? Hoe zorgt u voor hen?
Voorbeeldantwoorden:
- Ja, ik heb een hond. Ik laat hem elke dag uit en geef eten.
- Ik heb een kat. Ik geef eten en maak de kattenbak schoon.
- Nee, ik heb geen huisdieren, maar ik pas soms op voor vrienden.
3. Wat is uw favoriete plek in uw stad of dorp en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Het park, omdat ik daar kan wandelen.
- De bibliotheek, omdat ik van lezen houd.
- Het centrum, omdat daar veel te doen is.
4. Welke apps gebruikt u het meest op uw telefoon?
Voorbeeldantwoorden:
- Berichten en kaart-apps voor communicatie en routes.
- Een sport-app om mijn stappen te tellen.
- Nieuws-apps om het nieuws te volgen.
5. Welke tip heeft u voor iemand die Nederlands wil leren?
Voorbeeldantwoorden:
- Oefen elke dag een beetje en praat veel.
- Kijk Nederlandse tv met ondertiteling.
- Lees kinderboeken en herhaal nieuwe woorden.
6. Welke leraar of docent herinnert u zich goed en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Mijn docent Nederlands, omdat hij geduldig was.
- Mijn wiskundeleraar, omdat zij goed kon uitleggen.
- Een sportleraar die mij gemotiveerd heeft.
Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)
7. Fiets met kapotte ketting
Een persoon staat naast een fiets met een ketting die van het tandwiel is gevallen.
Vraag: Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?
Voorbeeldantwoorden:
- De ketting is eraf. De persoon kan de ketting er weer op leggen.
- De fiets werkt niet goed. Hij of zij kan een fietsenmaker zoeken.
- De ketting is vies en los. Eerst handen schoonmaken en dan repareren of hulp vragen.
8. Studeren: laptop of boek
Afbeelding 1: Iemand typt op een laptop en maakt aantekeningen. Afbeelding 2: Iemand leest een dik studieboek met markeerstift.
Vraag: Hoe leert u het liefst, digitaal met laptop of met een boek? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Met een laptop, want ik kan snel zoeken en typen.
- Met een boek, want ik onthoud beter als ik op papier lees.
- Ik gebruik beide: laptop voor zoeken en boeken voor lezen.
9. Kapper
Afbeelding 1: De kapper knipt haar. Afbeelding 2: De kapper föhnt. Afbeelding 3: De kapper maakt schoon.
Vraag: Wat doet een kapper allemaal tijdens het werk? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Knippen, föhnen en schoonmaken.
- De kapper verzorgt het haar en houdt de salon netjes.
- Eerst knippen, daarna föhnen en opruimen.
10. Boodschappen: supermarkt of markt
Afbeelding 1: Drukke supermarkt met volle schappen. Afbeelding 2: Markt met kraampjes en verse producten.
Vraag: Waar doet u het liefst boodschappen, in de supermarkt of op de markt? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- In de supermarkt, want alles is bij elkaar.
- Op de markt, want de producten zijn vers en de sfeer is leuk.
- Supermarkt voor basis, markt voor vers.
11. Muziekfestival
Afbeelding 1: Een band speelt op een podium. Afbeelding 2: Een zanger zingt. Afbeelding 3: Mensen dansen in het publiek.
Vraag: Wat doen mensen allemaal bij een muziekfestival? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Muziek spelen, zingen en dansen.
- Artiesten treden op en mensen dansen mee.
- Er is live muziek en het publiek geniet en danst.
12. Vakantie: camping of appartement
Afbeelding 1: Een tent op een camping in de natuur. Afbeelding 2: Een appartement met balkon in een kustplaats.
Vraag: Welke vakantie kiest u liever, kamperen of een appartement? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Kamperen voor natuur en vrijheid.
- Appartement voor comfort en gemak.
- Beide, afhankelijk van het weer en het budget.
Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!