Nederlands Spreekvaardigheid A2 #22
12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen
Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)
1. Wat doet u het liefst in de winter en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik blijf het liefst binnen en drink warme chocolademelk, want het is koud buiten.
- Ik ga graag schaatsen in de winter. Dat is een leuke sport.
- Ik bezoek graag familie in de winter, dat is gezellig.
2. Welke dag van de week vindt u het prettigst om te werken/studeren en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik vind maandag het prettigst, want dan begin ik weer fris aan de week.
- Ik vind vrijdag het prettigst, want dan is het bijna weekend en kan ik ontspannen.
- Ik vind dinsdag een prettige dag, het is vaak een productieve dag.
3. Wat is uw favoriete gerecht om te koken en voor wie kookt u dat meestal?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik kook graag lasagne voor mijn familie.
- Ik maak graag soep voor mezelf, dat is makkelijk.
- Ik bereid graag een barbecue voor vrienden in de zomer.
4. Hoe viert u uw verjaardag en met wie?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik vier mijn verjaardag met een feestje met vrienden.
- Ik vier mijn verjaardag rustig thuis met mijn partner.
- Ik ga uit eten met mijn familie voor mijn verjaardag.
5. Heeft u een vaste baan of zoekt u werk? Wat voor werk doet/zoekt u?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik heb een vaste baan als verpleegkundige.
- Ik zoek werk in de IT-sector.
- Ik heb een parttime baan als caissière.
6. Wat doet u om te ontspannen na een drukke dag?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik lees graag een boek om te ontspannen.
- Ik kijk tv om tot rust te komen.
- Ik maak 's avonds een wandeling om te ontspannen.
Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)
7. Kapotte gloeilamp
Een persoon kijkt bezorgd naar een gloeilamp in een lamp die duidelijk kapot is. De kamer is donker.
Vraag: Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?
Voorbeeldantwoorden:
- Het probleem is dat de gloeilamp kapot is. De persoon moet een nieuwe gloeilamp kopen.
- De lamp geeft geen licht meer. Hij of zij kan het beste de gloeilamp vervangen.
- Er zit een kapotte gloeilamp in de lamp. De persoon moet een nieuwe erin doen.
8. Boodschappen: online of winkel
Afbeelding 1: Een persoon doet online boodschappen via een computer. Afbeelding 2: Een persoon koopt boodschappen in een supermarkt.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe doet u het liefst boodschappen, online of in een fysieke winkel? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik doe het liefst online boodschappen, want dat is gemakkelijk en bespaart tijd.
- Ik doe liever boodschappen in een fysieke winkel, want ik kies graag zelf verse producten.
- Ik doe beide. Online voor zware dingen en in de winkel voor verse producten.
9. Kok in de keuken
Afbeelding 1: Een kok snijdt groenten. Afbeelding 2: Een kok roert in een pan. Afbeelding 3: Een kok proeft het eten.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een kok allemaal in de keuken? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Een kok snijdt groenten, roert in de pan en proeft het eten.
- De kok is bezig met het bereiden van een maaltijd. Hij snijdt de ingrediënten, kookt ze en proeft om de smaak te controleren.
- Hij moet de groenten klein maken, het eten goed mengen en daarna testen of het lekker is.
10. Ontspannen: muziek of tv
Afbeelding 1: Een persoon luistert naar muziek met een koptelefoon. Afbeelding 2: Een persoon kijkt tv.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe ontspant u het liefst, met muziek luisteren of met tv kijken? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik ontspan het liefst met muziek luisteren, want ik word er rustig van.
- Ik kijk liever tv, want ik houd van films en series.
- Ik wissel af. Soms luister ik naar muziek, soms kijk ik tv, afhankelijk van mijn humeur.
11. Postbode
Afbeelding 1: Een postbode bezorgt brieven. Afbeelding 2: Een postbode sorteert pakketjes. Afbeelding 3: Een postbode praat met een klant.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een postbode allemaal tijdens zijn werk? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Een postbode bezorgt brieven, sorteert pakketjes en praat met klanten.
- Tijdens zijn werk bezorgt de postbode post en pakketten, en heeft hij contact met mensen aan de deur.
- Hij brengt de post naar de huizen, ordent de pakketten en spreekt mensen aan de deur.
12. Vrije tijd: winkelstraat of park
Afbeelding 1: Een drukke winkelstraat in een stad. Afbeelding 2: Een rustig park met veel groen.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Waar brengt u het liefst uw vrije tijd door, in een winkelstraat of in een park? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik breng mijn vrije tijd het liefst door in een park, want ik houd van de rust en de natuur.
- Ik ga liever naar een winkelstraat, want ik houd van winkelen en de gezellige sfeer.
- Ik doe beide. Soms wil ik ontspannen in het park, soms wil ik winkelen in de stad.
Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!