Nederlands Spreekvaardigheid A2 #21
12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen
Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)
1. Welke vervoersmiddelen gebruikt u dagelijks en welk vindt u het handigst?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik gebruik de fiets elke dag. Dat is het handigst in de stad.
- Ik ga meestal met de bus en de trein. De trein is het handigst voor lange afstanden.
- Ik rijd met de auto. Dat is het handigst, want ik moet veel spullen vervoeren.
2. Wat doet u het liefst in de avond en met wie bent u dan meestal?
Voorbeeldantwoorden:
- In de avond kijk ik graag een film met mijn partner.
- Ik kook graag in de avond. Meestal ben ik dan alleen thuis.
- Ik ga 's avonds graag sporten met vrienden.
3. Wat is het belangrijkste in uw leven en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Het belangrijkste in mijn leven is mijn familie, want zij steunen mij altijd.
- Mijn gezondheid is het belangrijkst, want ik wil fit blijven en lang leven.
- Mijn werk is heel belangrijk voor mij, want het geeft mij voldoening en structuur.
4. Welk huisdier vindt u het leukst en waarom?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik vind honden het leukst, want ze zijn heel trouw en speels.
- Ik vind katten het leukst, want ze zijn rustig en onafhankelijk.
- Ik houd van vissen in een aquarium. Ze zijn mooi om naar te kijken.
5. Wat doet u om Nederlands te oefenen buiten de les?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik kijk veel Nederlandse televisieprogramma's om mijn luistervaardigheid te oefenen.
- Ik lees Nederlandse boeken en kranten om nieuwe woorden te leren.
- Ik praat elke dag met mijn Nederlandse vrienden en collega's. Dat helpt het meest.
6. Hoe laat staat u op en wat is het eerste wat u doet?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik sta om 7 uur op. Ik drink dan eerst koffie.
- Ik sta om half 7 op. Het eerste wat ik doe is douchen.
- Ik sta om 8 uur op. Ik ontbijt dan meteen.
Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)
7. Lekkende wasmachine
Een persoon kijkt gestrest naar een wasmachine die lekt en water op de vloer spuit.
Vraag: Kijk naar het plaatje. Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?
Voorbeeldantwoorden:
- De wasmachine is kapot en er lekt water uit. De persoon moet de stekker eruit trekken en een monteur bellen.
- Er ligt veel water op de vloer door de lekkende wasmachine. Ze moet de watertoevoer afsluiten en de vloer dweilen.
- Het probleem is een lekkage bij de wasmachine. Het beste is om snel te handelen en professionele hulp te zoeken.
8. Park of bioscoop
Afbeelding 1: Een persoon is aan het wandelen in een stadspark. Afbeelding 2: Een persoon zit in een bioscoop en kijkt naar een film.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Waar brengt u het liefst uw vrije tijd door, in een park of in een bioscoop? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik breng mijn vrije tijd het liefst door in een park, want ik houd van de frisse lucht en de natuur.
- Ik ga liever naar een bioscoop, want ik houd van films kijken en de speciale sfeer.
- Ik doe beide. Soms wil ik ontspannen in het park, soms wil ik een film zien in de bioscoop.
9. Leraar tijdens lesgeven
Afbeelding 1: Een leraar geeft les aan een groep volwassenen in een klaslokaal. Afbeelding 2: Een leraar geeft online les via een computerscherm. Afbeelding 3: Een leraar helpt een student individueel met huiswerk.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een leraar allemaal tijdens het lesgeven? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Een leraar geeft les in een klas, geeft les online en helpt studenten persoonlijk.
- Tijdens het lesgeven doceert de leraar aan groepen, verzorgt online lessen en biedt individuele begeleiding.
- Hij of zij staat voor de klas, gebruikt de computer voor lessen en helpt studenten met vragen.
10. Boodschappentas of koffer
Afbeelding 1: Een persoon draagt een zware boodschappentas. Afbeelding 2: Een persoon draagt een koffer op een station.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke tas draagt u het liefst, een boodschappentas of een koffer? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik draag het liefst een koffer, want dat betekent dat ik op vakantie ga.
- Ik draag liever een boodschappentas, want boodschappen doen is nodig en een koffer is vaak zwaar.
- Ik draag het liefst geen van beide. Ik gebruik een trolley voor boodschappen en reis met een rugzak.
11. Kinderen in hun vrije tijd
Afbeelding 1: Een meisje speelt met een bal in de tuin. Afbeelding 2: Een meisje leest een boek op de bank. Afbeelding 3: Een meisje tekent aan een tafel.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doen kinderen allemaal in hun vrije tijd? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Kinderen spelen met een bal, lezen boeken en tekenen graag.
- In hun vrije tijd spelen kinderen buiten, lezen ze verhaaltjes en zijn ze creatief met tekenen.
- Ze voetballen, lezen en tekenen om zich te vermaken.
12. Ontspannen: tv of muziek
Afbeelding 1: Een persoon zit op een stoel en kijkt tv. Afbeelding 2: Een persoon luistert naar muziek met een koptelefoon.
Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe ontspant u het liefst, met tv kijken of met muziek luisteren? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik ontspan het liefst met muziek luisteren, want ik word er rustig van.
- Ik kijk liever tv, want ik houd van films en series.
- Ik wissel af. Soms luister ik naar muziek, soms kijk ik tv, afhankelijk van mijn humeur.
Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!