0:00
8:59

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #20

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Wat is uw favoriete dag van het jaar en waarom?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn favoriete dag is Nieuwjaarsdag, want dan begint een nieuw jaar met nieuwe mogelijkheden.
  • Ik vind mijn verjaardag de leukste dag, want dan krijg ik cadeautjes en vier ik feest.
  • Ik houd van Kerstmis, want dan ben ik met mijn familie en is de sfeer heel gezellig.

2. Heeft u liever warm of koud weer? Vertel ook waarom

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik heb liever warm weer, want dan kan ik buiten zijn en zwemmen.
  • Ik vind koud weer prettiger, want ik houd van sneeuw en gezellige avonden thuis.
  • Ik kies voor warm weer, dan kan ik veel buiten doen en voel ik me energieker.

3. Wat is het belangrijkste in uw leven en waarom?

Voorbeeldantwoorden:

  • Het belangrijkste in mijn leven is mijn familie, want zij steunen mij altijd.
  • Mijn gezondheid is het belangrijkst, want ik wil fit blijven en lang leven.
  • Mijn werk is heel belangrijk voor mij, want het geeft mij voldoening en structuur.

4. Wat doet u om Nederlands te oefenen buiten de les?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik kijk veel Nederlandse televisieprogramma's om mijn luistervaardigheid te oefenen.
  • Ik lees Nederlandse boeken en kranten om nieuwe woorden te leren.
  • Ik praat elke dag met mijn Nederlandse vrienden en collega's. Dat helpt het meest.

5. Heeft u een vaste werktijd of werkt u flexibel?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik heb een vaste werktijd, van 9 tot 5. Dat vind ik prettig, want het geeft structuur.
  • Ik werk flexibel. Soms werk ik meer, soms minder, dat past goed bij mijn leven.
  • Meestal werk ik op vaste tijden, maar soms kan ik mijn uren zelf bepalen als dat nodig is.

6. Wat is de eerste maaltijd van de dag voor u en wat eet u dan?

Voorbeeldantwoorden:

  • De eerste maaltijd is het ontbijt. Ik eet dan meestal brood met kaas of jam.
  • Ik sla het ontbijt vaak over. Mijn eerste maaltijd is de lunch, dan eet ik een salade.
  • Ik drink alleen koffie in de ochtend. Mijn eerste maaltijd is rond 10 uur, dan eet ik yoghurt met fruit.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Lekkende wasmachine

Een persoon kijkt gestrest naar een wasmachine die lekt en water op de vloer spuit.

Vraag: Kijk naar het plaatje. Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • De wasmachine is kapot en er lekt water uit. De persoon moet de stekker eruit trekken en een monteur bellen.
  • Er ligt veel water op de vloer door de lekkende wasmachine. Ze moet de watertoevoer afsluiten en de vloer dweilen.
  • Het probleem is een lekkage bij de wasmachine. Het beste is om snel te handelen en professionele hulp te zoeken.

8. Sport: buiten of binnen

Afbeelding 1: Een persoon rent buiten in een park. Afbeelding 2: Een persoon doet yoga binnen in een fitnessruimte.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke sport doet u liever, buiten of binnen? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik sport liever buiten, want ik houd van de frisse lucht en de natuur.
  • Ik sport liever binnen, want dan ben ik niet afhankelijk van het weer en kan ik alle apparaten gebruiken.
  • Ik doe beide. Als het mooi weer is, sport ik buiten, anders ga ik naar de sportschool.

9. Leraar aan het werk

Afbeelding 1: Een leraar geeft les aan een groep studenten aan het whiteboard. Afbeelding 2: Een leraar helpt een student individueel met een opdracht. Afbeelding 3: Een leraar corrigeert huiswerk en toetsen aan een bureau.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een leraar allemaal in zijn werk? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Een leraar geeft les aan de klas, helpt studenten persoonlijk en corrigeert hun werk.
  • De leraar doceert voor de groep, biedt individuele begeleiding aan studenten en beoordeelt opdrachten.
  • Hij of zij staat voor de klas, beantwoordt vragen van studenten en kijkt huiswerk na.

10. Nieuws: krant of televisie

Afbeelding 1: Een persoon leest een krant aan een tafel in een café. Afbeelding 2: Een persoon kijkt televisie thuis op de bank.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe volgt u het nieuws het liefst, via de krant of via televisie? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik volg het nieuws het liefst via de krant, want dan kan ik rustig lezen en nadenken.
  • Ik kijk liever televisie voor het nieuws, want ik zie dan ook beelden en het is vaak sneller.
  • Ik gebruik beide. Soms lees ik de krant voor de details, soms kijk ik tv voor een snel overzicht.

11. Kinderen in hun vrije tijd

Afbeelding 1: Kinderen spelen met bouwblokken en speelgoed. Afbeelding 2: Kinderen lezen boeken op de grond. Afbeelding 3: Kinderen tekenen aan een tafel.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doen kinderen allemaal graag in hun vrije tijd? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Kinderen spelen graag met speelgoed, lezen boeken en tekenen veel.
  • In hun vrije tijd spelen kinderen met bouwblokken, verdiepen ze zich in verhalen en zijn ze creatief met tekeningen maken.
  • Ze vinden het leuk om te spelen, te lezen en te tekenen om zich te vermaken.

12. Vakantie: strand of stad

Afbeelding 1: Een persoon ligt ontspannen op een strandbedje aan zee. Afbeelding 2: Een persoon wandelt door een drukke winkelstraat in een historische stad.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke soort vakantie heeft uw voorkeur, een strandvakantie of een stedentrip? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik heb een voorkeur voor een strandvakantie, want ik houd van de zon, zwemmen en lekker ontspannen.
  • Ik kies liever voor een stedentrip, want ik houd van cultuur, architectuur en nieuwe steden ontdekken.
  • Ik wissel af. Soms wil ik ontspannen aan het strand, soms wil ik actief zijn in een stad.

Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!