0:00
8:37

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #19

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Wat doet u het liefst in de avond en met wie bent u dan meestal?

Voorbeeldantwoorden:

  • In de avond kijk ik graag een film met mijn partner.
  • Ik kook graag in de avond. Meestal ben ik dan alleen thuis.
  • Ik ga 's avonds graag sporten met vrienden.

2. Wat is uw favoriete drankje in de middag en waar drinkt u dat?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn favoriete drankje in de middag is thee. Ik drink dat thuis op de bank.
  • Ik drink graag een glas frisdrank in de middag. Dat drink ik dan op mijn werk.
  • Ik houd van water in de middag. Dat drink ik overal, op school of buiten.

3. Heeft u een tuin? Vertel ook wat u daar wel of niet leuk aan vindt

Voorbeeldantwoorden:

  • Ja, ik heb een kleine tuin. Ik vind het leuk om daar in de zomer te zitten.
  • Nee, ik heb geen tuin. Ik mis het niet, want ik houd niet van tuinieren.
  • Ik heb een tuin en ik vind het leuk om bloemen te planten, maar het is wel veel werk.

4. Wat vindt u van het openbaar vervoer in Nederland en gebruikt u het vaak?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik vind het openbaar vervoer in Nederland erg goed. Ik gebruik de bus elke dag.
  • Ik vind het openbaar vervoer hier duur. Ik gebruik het niet vaak, ik fiets liever.
  • Het openbaar vervoer is efficiënt. Ik gebruik de trein twee keer per week voor mijn werk.

5. Wat is het laatste boek dat u gelezen heeft en vond u het leuk?

Voorbeeldantwoorden:

  • Het laatste boek dat ik gelezen heb was een roman. Ja, ik vond het heel spannend.
  • Ik heb een Nederlands lesboek gelezen. Het was interessant en leerzaam.
  • Het laatste boek was een biografie. Ik vond het goed, maar wel lang.

6. Wat is de beste tip die u aan iemand kunt geven om Nederlands te leren?

Voorbeeldantwoorden:

  • De beste tip is om veel Nederlands te spreken, ook als je fouten maakt.
  • Ik raad aan om Nederlandse films te kijken met ondertiteling. Dat helpt erg.
  • De beste tip is om elke dag nieuwe woorden te leren en die dan te gebruiken.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Kapotte gloeilamp

Een persoon kijkt naar een kapotte gloeilamp in een lamp. De kamer is donker en de persoon lijkt gefrustreerd.

Vraag: Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • Het probleem is dat de gloeilamp kapot is. De persoon moet een nieuwe gloeilamp kopen.
  • De lamp geeft geen licht meer. Hij of zij kan het beste de gloeilamp vervangen.
  • Er zit een gebroken gloeilamp in de lamp. De persoon moet een nieuwe erin draaien.

8. Koken of bestellen

Afbeelding 1: Een persoon kookt in een nette, moderne keuken, snijdend groenten. Afbeelding 2: Een persoon bestelt eten via een app op zijn telefoon, met diverse gerechten op het scherm.

Vraag: Hoe krijgt u het liefst uw eten, door zelf te koken of door eten te bestellen? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik kook het liefst zelf, want dat is gezonder en goedkoper.
  • Ik bestel liever eten, want ik heb niet veel tijd om te koken en ik houd van verschillende keukens.
  • Ik kook meestal zelf, maar soms bestel ik eten als ik geen zin heb om te koken.

9. Bouwvakker

Afbeelding 1: Een bouwvakker draagt stenen op een bouwplaats. Afbeelding 2: Een bouwvakker metselt een muur met cement en bakstenen. Afbeelding 3: Een bouwvakker werkt aan een dak, met hout en gereedschap.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een bouwvakker allemaal tijdens zijn werk? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Een bouwvakker draagt stenen, maakt een muur en werkt aan een dak.
  • De bouwvakker is bezig met het bouwen van een huis. Hij transporteert materialen, metselt muren en bouwt daken.
  • Hij moet zware stenen tillen, muren bouwen en ook het dak van een gebouw maken.

10. Ontspannen: muziek of krant

Afbeelding 1: Een persoon luistert naar muziek met een koptelefoon in een drukke bus of trein. Afbeelding 2: Een persoon leest een krant op een rustig bankje in een park op een zonnige dag.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe ontspant u het liefst, met muziek luisteren of met de krant lezen? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik ontspan het liefst met muziek luisteren, want ik word er rustig van en kan het overal doen.
  • Ik lees liever de krant om te ontspannen, want ik wil graag op de hoogte blijven van het nieuws.
  • Ik wissel af. Soms wil ik naar muziek luisteren, soms rustig de krant lezen.

11. Sporten door kinderen

Afbeelding 1: Een jongen speelt voetbal op een groen grasveld in een park. Afbeelding 2: Een meisje zwemt in een zwembad met blauw water. Afbeelding 3: Kinderen fietsen op een pad door een bosrijke omgeving.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke sporten doen kinderen allemaal graag? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Kinderen spelen graag voetbal, zwemmen en fietsen.
  • In hun vrije tijd sporten kinderen graag. Ze spelen voetbal, zwemmen en gaan vaak fietsen.
  • Ze vinden het leuk om te voetballen, te zwemmen en fietstochten te maken.

12. Vrije tijd: thuis of museum

Afbeelding 1: Een persoon zit thuis ontspannen op de bank en kijkt televisie. Afbeelding 2: Een persoon is in een museum en bekijkt aandachtig een kunstwerk.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe brengt u het liefst uw vrije tijd door, thuis of in een museum? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik breng mijn vrije tijd het liefst thuis door, want ik houd van rust en ontspanning.
  • Ik ga liever naar een museum, want ik houd van kunst en nieuwe dingen leren.
  • Ik wissel af. Soms wil ik thuis rusten, soms wil ik naar een museum gaan voor cultuur.

Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!