0:00
8:26

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #17

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Welke sport doet u het liefst en hoe vaak doet u die sport?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik sport graag in de sportschool. Ik ga twee keer per week.
  • Ik zwem graag. Ik zwem één keer per week.
  • Ik wandel elke dag. Dat is ook een sport voor mij.

2. Wat is uw favoriete drankje en drinkt u dat elke dag?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn favoriete drankje is water. Ja, ik drink elke dag veel water.
  • Ik houd van koffie. Ik drink elke ochtend twee koppen koffie.
  • Mijn favoriete drankje is thee. Nee, ik drink niet elke dag thee, soms ook sap.

3. Heeft u een rijbewijs? Vertel ook waarom u wel of geen rijbewijs heeft

Voorbeeldantwoorden:

  • Ja, ik heb een rijbewijs. Ik vind het fijn, want ik kan overal naartoe rijden.
  • Nee, ik heb geen rijbewijs. Ik reis liever met het openbaar vervoer, dat is milieuvriendelijker.
  • Ik heb een rijbewijs, maar ik rijd niet vaak auto. Ik gebruik liever de fiets.

4. Wat vindt u leuk aan Nederland en wat mist u uit uw eigen land?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik vind de fietscultuur in Nederland leuk. Ik mis de zon uit mijn eigen land.
  • De tolerantie van de mensen vind ik leuk. Ik mis mijn familie uit mijn eigen land.
  • Ik vind de steden mooi in Nederland. Ik mis het eten uit mijn geboorteland.

5. Waar bent u geboren en woont u daar nog steeds, of bent u verhuisd?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik ben geboren in Istanbul en woon nu in Amsterdam.
  • Ik ben geboren in Utrecht en woon daar nog steeds.
  • Ik ben geboren in Rome, maar ik woon nu in Rotterdam.

6. Wat is de mooiste herinnering die u heeft aan uw kindertijd?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn mooiste herinnering is spelen met mijn broers en zussen in de zomervakantie.
  • Ik herinner me een verjaardagsfeestje. Ik kreeg veel cadeautjes.
  • De mooiste herinnering is de eerste keer dat ik naar school ging. Ik was heel enthousiast.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Lekke fietsband

Een man staat bij een lekke fietsband. Hij kijkt boos naar de band en het gereedschap dat op de grond ligt.

Vraag: Wat is het probleem en wat kan hij het beste doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • Het probleem is dat zijn fietsband lek is. Hij kan het beste de band zelf plakken.
  • De fiets heeft een platte band. Hij moet naar een fietsenmaker gaan voor reparatie.
  • Zijn band is kapot. Hij kan proberen te bellen voor hulp of naar huis lopen met de fiets.

8. Park of café

Afbeelding 1: Een persoon is aan het wandelen in een stadspark. Afbeelding 2: Een persoon zit in een druk café met een kop koffie.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe brengt u het liefst uw vrije tijd door, in een park of in een café? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik breng mijn vrije tijd het liefst door in een park, want ik houd van rust en de frisse lucht.
  • Ik ga liever naar een café, want ik houd van gezelligheid en mensen kijken.
  • Ik wissel af. Soms wil ik rust in het park, soms de levendigheid van een café.

9. Kok in de keuken

Afbeelding 1: Een kok snijdt groenten met een groot mes op een snijplank. Afbeelding 2: Een kok roert in een grote pan op een fornuis. Afbeelding 3: Een kok proeft het eten met een lepel en kijkt geconcentreerd.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een kok allemaal in de keuken? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Een kok snijdt groenten, roert in de pan en proeft het eten.
  • De kok is bezig met het bereiden van een maaltijd. Hij snijdt de ingrediënten, kookt ze en proeft om de smaak te controleren.
  • Hij moet de groenten klein maken, het eten goed mengen en daarna testen of het lekker is.

10. Boodschappen: supermarkt of online

Afbeelding 1: Een persoon doet boodschappen in een fysieke supermarkt. Afbeelding 2: Een persoon bestelt boodschappen online via een laptop.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe doet u de boodschappen, in de gewone supermarkt of online? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik doe de boodschappen het liefst in de gewone supermarkt, want dan kan ik de producten zelf kiezen.
  • Ik bestel liever online, want dat is makkelijker en bespaart tijd.
  • Ik wissel af. Voor verse producten ga ik naar de supermarkt, voor zware producten bestel ik online.

11. Kinderen in hun vrije tijd

Afbeelding 1: Een meisje leest een boek op haar bed. Afbeelding 2: Een jongen speelt een computerspel met een controller. Afbeelding 3: Een kind tekent aan een tafel.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doen kinderen allemaal in hun vrije tijd? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Kinderen lezen boeken, spelen computerspelletjes en tekenen graag.
  • In hun vrije tijd lezen kinderen, spelen ze digitale spelletjes en zijn ze creatief bezig met tekenen.
  • Ze lezen, gamen en tekenen om zich te vermaken.

12. Wonen: stad of natuur

Afbeelding 1: Een grote stad met veel hoge gebouwen, bruggen en verkeer. Afbeelding 2: Een idyllisch landschap met een meer, bergen en groene natuur.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Waar zou u het liefst willen wonen, in een grote stad of in de natuur? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik zou het liefst in een grote stad willen wonen, want daar zijn veel banen en winkels.
  • Ik woon liever in de natuur, want het is daar rustig en de lucht is schoon.
  • Ik kies voor de stad, want ik houd van de energie en de vele mogelijkheden voor amusement.

Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!