0:00
8:44

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #8

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Wat is uw favoriete kleur en waarom vindt u die kleur mooi?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn favoriete kleur is blauw, want het is de kleur van de zee en de lucht.
  • Ik houd van groen, omdat het de kleur van de natuur is en het rust geeft.
  • Rood is mijn favoriete kleur, want het is een energieke en vrolijke kleur.

2. Welke vervoersmiddelen gebruikt u dagelijks en welk vervoermiddel vindt u het handigst?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik gebruik de fiets elke dag, dat is het handigst in de stad.
  • Ik ga meestal met de auto. Dat is het handigst omdat ik ver van mijn werk woon.
  • Ik neem de bus en de metro. De metro is het handigst omdat hij snel is.

3. Mist u iets aan uw geboorteland? Wat is dat en waarom mist u dat?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik mis de zon en het warme weer, want ik houd niet van de kou.
  • Ik mis mijn familie en vrienden, omdat ik ze niet vaak kan zien.
  • Ik mis het eten uit mijn geboorteland, want de smaak is anders hier.

4. Kookt u vaak thuis of eet u liever buiten de deur? Vertel ook waarom

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik kook vaak thuis, want dat is goedkoper en gezonder.
  • Ik eet liever buiten de deur, want ik houd van nieuwe restaurants ontdekken.
  • Ik kook meestal thuis, maar in het weekend eten we soms buiten de deur voor de afwisseling.

5. Welke Nederlandse gewoonte vindt u bijzonder of leuk?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik vind de fietscultuur bijzonder. Iedereen fietst hier, dat is leuk.
  • Ik vind het leuk dat Nederlanders hun verjaardag vieren met taart en koffie.
  • De directheid van Nederlanders vind ik bijzonder. Ze zeggen wat ze denken.

6. Wat is uw favoriete soort film of serie en kijkt u daar vaak naar?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik houd van actiefilms. Ik kijk vaak in het weekend naar een film.
  • Mijn favoriete soort serie is een misdaadserie. Ik kijk elke avond een aflevering.
  • Ik kijk graag naar komedies. Ik kijk niet zo vaak, misschien één keer per week.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Kok in keuken

Een kok in een professionele keuken bereidt een gerecht. Hij snijdt groenten met een groot mes en heeft meerdere pannen op het fornuis staan, omringd door verse ingrediënten.

Vraag: Kijk naar het plaatje. Dit is een kok. Wat is zijn beroep en waar werkt hij volgens u?

Voorbeeldantwoorden:

  • Hij is kok. Hij werkt in een restaurant of een hotel.
  • Zijn beroep is chef-kok. Hij werkt in een grote keuken, misschien in een ziekenhuis.
  • Hij kookt. Hij werkt waarschijnlijk in een professionele keuken.

8. Lezen: digitaal of papier

Afbeelding 1: Een persoon leest een e-book op een tablet. Afbeelding 2: Een persoon leest een fysiek boek met papieren pagina's.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe leest u het liefst, digitaal of van papier? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik lees het liefst van papier, want dat is beter voor mijn ogen.
  • Ik lees liever digitaal op een tablet, want dat is makkelijk mee te nemen.
  • Ik lees beide. Voor studeren liever van papier, voor ontspanning liever digitaal.

9. Brandweer

Afbeelding 1: Een brandweerman blust een brand met een waterslang. Afbeelding 2: Een brandweerman redt een kat uit een hoge boom. Afbeelding 3: Een brandweerman geeft voorlichting aan een groep lachende kinderen over brandveiligheid.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat doet een brandweerman allemaal? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Een brandweerman blust branden. Hij redt dieren en geeft les aan kinderen.
  • Een brandweerman helpt mensen en dieren bij gevaar. Hij blust vuur, redt dieren en geeft informatie.
  • Ze moeten branden bestrijden, dieren redden en kinderen leren over veiligheid.

10. Supermarkt kassa

Afbeelding 1: Een kassamedewerker scant artikelen in de supermarkt, met een klant die wacht. Afbeelding 2: De klant betaalt met een pinpas bij de kassa.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat gebeurt er in de supermarkt en hoe betaalt u meestal?

Voorbeeldantwoorden:

  • Een kassamedewerker helpt een klant. Ik betaal meestal met mijn pinpas.
  • De klant rekent de boodschappen af. Ik betaal altijd met de pin.
  • Er wordt afgerekend in de supermarkt. Ik betaal het liefst contant.

11. Drankjes

Afbeelding 1: Een persoon drinkt een kop koffie in een gezellig café. Afbeelding 2: Een persoon drinkt een frisdrank op een zonnig terras. Afbeelding 3: Een persoon drinkt een glas water thuis aan tafel.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke drankjes ziet u en wat drinkt u het liefst als u dorst heeft?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik zie koffie, frisdrank en water. Ik drink het liefst water als ik dorst heb.
  • De plaatjes tonen koffie, een frisdrank en water. Ik kies altijd voor water als ik dorstig ben.
  • Ik zie een kop koffie, een glas cola en water. Bij dorst drink ik het liefst een glas water.

12. Communicatie

Afbeelding 1: Een vrouw stuurt een bericht via haar smartphone. Afbeelding 2: Een man praat met iemand via een video-oproep op zijn laptop. Afbeelding 3: Twee vrienden bellen met elkaar via een traditionele telefoon.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe communiceert u het liefst met vrienden of familie? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik stuur het liefst berichten via mijn telefoon. Dat is snel en makkelijk.
  • Ik communiceer het liefst via video-oproepen op mijn laptop, zodat ik ze kan zien.
  • Ik bel het liefst met vrienden of familie. Berichten sturen doe ik minder graag.

Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!