0:00
7:12

Nederlands Spreekvaardigheid A2 #5

12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen


Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)

1. Naar welke muziek luistert u graag en hoe vaak luistert u daar naar?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik luister elke dag naar popmuziek, meestal als ik aan het werk ben.
  • Ik luister graag naar klassieke muziek. Ik luister ongeveer twee keer per week.
  • Ik luister naar Turkse muziek. Ik luister elke dag naar de radio in mijn auto.

2. Wat is uw favoriete gerecht en kunt u vertellen hoe u het klaarmaakt?

Voorbeeldantwoorden:

  • Mijn favoriete gerecht is pasta. Ik maak het met tomatensaus en veel groenten.
  • Ik eet graag rijst met kip. Ik bak de kip en kook de rijst met kruiden.
  • Ik houd van soep. Ik maak groentesoep met verse ingrediënten, dat is makkelijk.

3. Wat doet u het liefst als u uitgaat, naar een café, restaurant of bioscoop? Vertel ook waarom

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik ga het liefst naar een restaurant, want ik houd van lekker eten en gezelligheid.
  • Ik ga het liefst naar de bioscoop, want ik houd van films kijken.
  • Ik ga graag naar een café met vrienden, want ik vind het leuk om te praten en een drankje te drinken.

4. Hoe reist u meestal naar uw werk of school en hoe lang duurt de reis?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik reis meestal met de fiets naar mijn werk. Dat duurt ongeveer 15 minuten.
  • Ik ga met de bus naar school. De reis duurt ongeveer een half uur.
  • Ik rijd met de auto naar mijn werk. De reis duurt ongeveer 20 minuten.

5. Wat vindt u makkelijk of moeilijk aan het leren van Nederlands en wat helpt u daarbij?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik vind de grammatica moeilijk. Veel lezen helpt mij.
  • De uitspraak is moeilijk voor mij. Ik kijk veel Nederlandse televisieprogramma's om te oefenen.
  • Ik vind het makkelijk om nieuwe woorden te leren. Het spreken is soms nog moeilijk, maar ik probeer veel te praten.

6. Waarheen gaat u het liefst op vakantie en wat doet u dan het liefst?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik ga graag naar de bergen. Ik houd van wandelen in de natuur.
  • Ik ga het liefst naar een warm land aan zee. Ik houd van zwemmen en zonnen.
  • Ik ga graag naar een grote stad. Ik houd van musea bezoeken en winkelen.

Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)

7. Tuinieren

Een vrouw is in de tuin. Ze draagt tuinhandschoenen en gebruikt een kleine schep om bloemen te planten.

Vraag: Kijk naar het plaatje. Wat doet zij en heeft u zelf ook een tuin?

Voorbeeldantwoorden:

  • Zij plant bloemen in de tuin. Ja, ik heb zelf ook een tuin.
  • Zij is aan het tuinieren. Nee, ik heb geen tuin, ik woon in een flat.
  • Deze vrouw werkt in de tuin. Ik heb een kleine tuin waar ik ook graag in werk.

8. Vrije tijd kinderen

Afbeelding 1: Een meisje leest een sprookjesboek op haar bed. Afbeelding 2: Een jongen speelt een computerspel op een console.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe brengen kinderen volgens u liever hun vrije tijd door, met lezen of met spelletjes spelen? Vertel ook waarom.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik denk dat veel kinderen liever spelletjes spelen, want dat is actiever.
  • Volgens mij lezen kinderen liever, want verhalen zijn leuk en ze leren er veel van.
  • Ik denk dat het afhangt van het kind. Sommige kinderen houden van lezen, andere van spelletjes.

9. Markt

Afbeelding 1: Een marktkoopman verkoopt fruit op een levendige markt. Afbeelding 2: Klanten bekijken verse groenten. Afbeelding 3: Een vrouw kiest bloemen uit een grote selectie.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Wat zien we op deze markt en wat koopt u zelf het liefst op de markt?

Voorbeeldantwoorden:

  • We zien fruit, groenten en bloemen. Ik koop het liefst fruit op de markt.
  • Op de markt zijn verkopers en klanten. Ik koop graag groenten en bloemen.
  • Er worden verse producten verkocht. Ik koop het liefst verse kruiden en vis op de markt.

10. Wasmachine lekt

Een persoon kijkt gefrustreerd naar een wasmachine die lekt en water op de vloer spuit.

Vraag: Kijk naar het plaatje. Wat is het probleem en wat kan de persoon het beste doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • Het probleem is dat de wasmachine lekt. De persoon moet de stekker eruit trekken en een monteur bellen.
  • De wasmachine is kapot en er komt water uit. Ze moet de kraan dichtdraaien en iemand om hulp vragen.
  • Er is een lekkage bij de wasmachine. Het beste is om de watertoevoer af te sluiten en een specialist te zoeken.

11. Studeren

Afbeelding 1: Een man zit met een laptop, boeken en notities aan een bureau. Afbeelding 2: Een vrouw zit in een collegezaal met een pen en papier. Afbeelding 3: Een groep mensen bespreekt iets rond een whiteboard.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Welke dingen gebruikt u als u studeert of leert, en studeert u liever alleen of in een groep?

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik gebruik een laptop en boeken. Ik studeer liever alleen.
  • Ik gebruik pen en papier om aantekeningen te maken. Ik leer het liefst in een groep.
  • Ik gebruik mijn laptop en schrijf notities. Ik studeer soms alleen en soms met anderen.

12. Vakantie

Afbeelding 1: Mensen relaxen op een zonnig strand met parasols. Afbeelding 2: Toeristen bezoeken een historisch museum met kunstwerken. Afbeelding 3: Een groep vrienden geniet van een picknick in een park.

Vraag: Kijk naar de plaatjes. Hoe brengt u het liefst uw vakantie door? Gebruik alle plaatjes.

Voorbeeldantwoorden:

  • Ik breng mijn vakantie het liefst door op het strand. Ik ga ook graag naar een museum.
  • Ik relax graag op het strand, bezoek een museum of ga picknicken in het park met vrienden.
  • Ik houd van afwisseling. Ik ga graag naar het strand, maar ook naar culturele plekken en de natuur.