Nederlands Spreekvaardigheid A2 #2
12 vragen | 2 delen | Oefenexamen door WordNet Taaltrainingen
Deel 1: Persoonlijke Vragen (1-6)
1. Wat doet u graag in uw vrije tijd en met wie?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik ga graag wandelen met mijn partner of vrienden.
- Ik speel graag spelletjes thuis met mijn familie.
- Ik sport het liefst alleen in de sportschool.
2. Wat is uw lievelingseten en waar eet u dat het liefst?
Voorbeeldantwoorden:
- Mijn lievelingseten is pasta. Ik eet dat graag thuis.
- Ik houd van soep. Die eet ik het liefst in een restaurant.
- Ik eet graag rijst met groenten. Dat maak ik vaak zelf.
3. Wat doet u meestal in het weekend?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik bezoek familie en doe boodschappen.
- Ik maak een uitstapje naar een andere stad.
- Ik blijf thuis en rust uit.
4. Hoe vaak ziet u uw familie of vrienden?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik zie mijn familie elke week.
- Ik spreek mijn vrienden één keer per maand af.
- Ik bel vaak met familie in het buitenland.
5. Waar doet u meestal boodschappen?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik ga naar de supermarkt om de hoek.
- Ik koop graag groenten en fruit op de markt.
- Veel dingen bestel ik online.
6. Welke tv-programma's of online video's kijkt u graag?
Voorbeeldantwoorden:
- Ik kijk graag nieuws en documentaires.
- Ik houd van series en films.
- Ik kijk korte video's over koken en taal.
Deel 2: Vragen met Afbeeldingen (7-12)
7. Omgevallen boom
Een boom is omgevallen op de weg na een storm. Auto's staan stil en mensen kijken bezorgd.
Vraag: Wat is het probleem en wat kan men het beste doen?
Voorbeeldantwoorden:
- De weg is geblokkeerd door een boom. Iemand moet de hulpdiensten bellen.
- Het is gevaarlijk. Mensen moeten afstand houden en wachten op hulp.
- De boom ligt op straat. Het beste is om een andere route te nemen en te melden.
8. Werken: thuis of kantoor
Afbeelding 1: Een persoon werkt thuis aan een laptop. Afbeelding 2: Een persoon werkt op kantoor met collega's.
Vraag: Waar werkt u het liefst, thuis of op kantoor? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik werk liever thuis, want het is rustig en ik bespaar reistijd.
- Ik werk graag op kantoor, want ik zie collega's en kan beter samenwerken.
- Ik doe beide, afhankelijk van de taken.
9. Timmerman
Afbeelding 1: Een timmerman meet hout met een rolmaat. Afbeelding 2: Hij zaagt een plank. Afbeelding 3: Hij monteert een kast.
Vraag: Wat doet een timmerman allemaal tijdens het werk? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Een timmerman meet, zaagt en monteert.
- Eerst meten, daarna zagen en dan alles monteren.
- Hout opmeten, planken zagen en meubels in elkaar zetten.
10. Communicatie: e-mail of bellen
Afbeelding 1: Iemand typt een e-mail op een laptop. Afbeelding 2: Iemand belt met een mobiele telefoon.
Vraag: Hoe maakt u het liefst een afspraak, via e-mail of door te bellen? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik maak liever een afspraak via e-mail, dan heb ik alles zwart op wit.
- Ik bel liever, dat gaat sneller en is persoonlijker.
- Ik kies e-mail voor werk en bellen voor privé.
11. Koken thuis
Afbeelding 1: Iemand wast groenten in de gootsteen. Afbeelding 2: Iemand snijdt groenten op een plank. Afbeelding 3: Iemand kookt de groenten in een pan.
Vraag: Wat doet u allemaal als u thuis kookt? Gebruik alle plaatjes.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik was de groenten, snijd ze en kook ze in een pan.
- Eerst wassen, dan snijden en daarna koken.
- Groenten schoonmaken, snijden en bereiden op het fornuis.
12. Reizen: trein of vliegtuig
Afbeelding 1: Een trein vertrekt van het station. Afbeelding 2: Een vliegtuig stijgt op vanaf de luchthaven.
Vraag: Hoe reist u het liefst over lange afstanden, met de trein of met het vliegtuig? Vertel ook waarom.
Voorbeeldantwoorden:
- Ik ga liever met de trein, dat is comfortabel en ik zie het landschap.
- Voor lange afstanden kies ik het vliegtuig, dat is sneller.
- Het hangt af van de prijs en de tijd: soms trein, soms vliegtuig.
Dit was een voorbeeldexamen spreekvaardigheid A2. Succes bij het echte examen!